Maatschappij

Honderden avonden insecten tellen op het verlichte doek

Paul van Wielink (71), legt zijn zakhorloge in de palm van zijn hand. Hij zet het slangetje op een insect, neemt een teug aan het rietje, en zoef, daar glijdt een kortschildkever de koker in. De vliegen, mieren en muggen. „Dat is een mestkogeltje. Bijna tweederde minder kevers dan twintig jaar geleden, ruim de helft minder nachtvlinders, ruim 60 procent minder kokerjuffers. Die loopt in zijn beige afritsbroek naar het witte doek en zet de stekkers op stroom. Een stel mannen zit in een veldwerkersschuur in natuurgebied De Kaaistoep, bij Tilburg. „Een grote aanslag op de kringloop van het leven”, aldus Natuurmonumenten.Licht als magneetAchter het doek strekt zich een forse lap grasland uit. Maar de mannen hebben desondanks de aantallen en soorten zien afnemen – daar hebben ze geen statisticus voor nodig. Foto Roos Pierson

Met hun gegevens zijn statistici aan het rekenen geslagen. De kokerjuffers en sluipwespen. Poelen zijn gegraven, elzen, meidoorn en sleedoorn geplant. Hij wijst er op een, nog geen halve centimeter groot. Maatregelen die goed zijn voor insecten. Vier lampen, elk van 500 watt, verlichten het doek.Het tellen van de insecten kan beginnen. Paul van Wielink en Henk Spijkers kijken op een wit doek naar het insect dat ze hebben gevangen. En daar rechts zit een kortschildkever. Hij neemt nog een trekje van zijn sigaret. Foto Roos Pierson

Paul van Wielink – grijze baard, ronde bril – staat bij het doek, dat zich vult met zwarte beestjes. Zo kan hij thuis de precieze soort achterhalen, met microscoop en genitaalpincet – want „aan de piemel kun je zien om welk keversoort het gaat”.Lees ook: Aantal insecten in Nederlandse natuurgebieden gehalveerd De uitkomst is alarmerend. Sinds de jaren negentig spannen zij twee tot drie keer per maand het doek van drie bij twee meter in dit natuurgebied, en tellen ze een paar uur lang de insecten die op het felle licht afkomen. Van de grootste keverfamilie van Nederland.” Op een avond strijken soms honderden, en soms duizenden kevers neer op het polyester doek. Ze kijken uit op een wit doek buiten, opgericht als een filmscherm. „De laatste keer hadden we er 3.500.”

Foto Roos Pierson

Rond zijn nek hangt een doorzichtige koker met een slangetje van onder en een rietje van boven. „Nog acht minuten en de zon gaat onder.”De man naast hem, Henk Spijkers, heeft geen haast. Bij kleine aantallen telt Van Wielink de kevers stuk voor stuk, anders werkt hij steekproefsgewijs, door een kwart van het doek een paar keer avond te tellen. Voor vliegen doet hij hetzelfde. Foto Roos Pierson

Van Wielink, Spijkers (59) en Stooker (63) zijn de mannen die maandag verschenen conclusies over de forse afname van het aantal insecten in Nederland mogelijk hebben gemaakt. „21 uur 13”, zegt hij. Het opbouwwerk laten ze over aan de derde man, de nieuweling die pas vier jaar meedoet: Guido Stooker. Zaterdagavond. De Kaaistoep is van landbouwgrond en productiebos sinds midden jaren negentig weer natuurgebied geworden. Plakmiddel is niet nodig: het licht werkt als een magneet. De nachtvlinders en kevers.