Maatschappij

Ebola bedreigt Congo-rivier

Besmet bloed van die dieren zou menselijke jagers ziek kunnen maken. Vleermuizen
Het virus sluimert in wilde dieren en springt af en toe over naar de mens. Dat ziet de WHO als het grootste gevaar van deze uitbraak. Ontoegankelijk
„Het probleem is dat we nu nog weinig gedetailleerde informatie hebben”, zegt arts Hilde De Clerck van Artsen zonder Grenzen (AzG) die contact houdt met Congo. Als deze nieuwe ebola-uitbraak in Congo niet in de kiem gesmoord wordt, is het risico op een omvangrijke epidemie met vele slachtoffers erg groot. „Er moet nu eerst gedocumenteerd worden hoe en waar het virus zich verspreidt.”

Ebolavaccin | Logistiek lastig

Zondag zijn in Kinshasa 4.300 doses van een experimenteel ebolavaccin ingevlogen. Bikoro ligt aan het Tumbameer, dat ook in verbinding staat met de rivier de Congo. Sinds de eerste melding op 4 april zijn er mogelijk 40 mensen besmet geraakt. Ongeveer de helft van de patiënten sterft. Daarnaast weten we van het verwante marburgvirus dat mensen vanuit vleermuizen besmet raken.”
Leirs heeft na eerdere uitbraken vergeefs geprobeerd de herkomst van het virus te achterhalen. „Maar een epidemie krijg je niet onder controle door alleen patiënten te behandelen”, benadrukt De Clerck. „Daarom sturen we ook antropologen en sociaal verpleegkundigen mee. „Misschien waren de besmette dieren niet meer ter plaatse tegen de tijd dat wij onderzoek deden. Epidemiologisch is er ook vaak een link met vleermuizen. Logistiek wordt het vaccineren een grote uitdaging. Om werkzaam te blijven moet het bij min 60 graden bewaard blijven, en pas ontdooid worden vlak voor de toediening. Daarna zijn ze immuun.”
Gorilla’s, chimpansees, andere apen en misschien antilopen kunnen ook ebola krijgen. Als besmette mensen zich in dat handelsverkeer mengen, kan het virus zich snel grootschalig verspreiden. Waarschijnlijk zijn vleermuizen de bron, zegt evolutionair ecoloog Herwig Leirs van de Universiteit van Antwerpen. Daarvoor waarschuwt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die noodhulp biedt. Lokale mensen moeten vertrouwen krijgen in de hulpverlening en weten wat ze wel en niet moeten doen.”
Ebola is een uiterst besmettelijke virusziekte die vaak dodelijk is door de koorts, orgaanuitval en de ernstige bloedingen die het virus teweegbrengt. Die rivier is een drukbevaren transportroute door de jungle. Een noodhulpteam van AzG is al ruim een week ter plaatse om te helpen verdachte patiënten te isoleren en te behandelen. Zieke vleermuizen zijn misschien ook zeldzaam doordat ze snel weerstand opbouwen. Rond het stadje Bikoro in Congo is ebola uitgebroken. „Er is nooit levend ebolavirus aangetroffen in vleermuizen, maar wel fragmenten RNA, genetisch materiaal, van het virus. Dan belaagt de infectie de noordelijker gelegen stad Bangui (800.000 inwoners) en de zuidelijker gelegen steden Kinshasa (11,5 miljoen) en Brazzaville (1,9 miljoen), de hoofdsteden van Congo en buurland Congo-Brazzaville. Er zijn al zeker 19 doden gevallen. Met uitzondering van Bikoro zelf is het getroffen gebied nogal ontoegankelijk waardoor de besmetting zich mogelijk niet snel verspreidt. „Maar deze diersoorten zijn niet het reservoir”, zegt Leirs, „Ze sterven aan ebola, net als de mens. Ebola is voor hen dan een soort kinderziekte; alleen als ze er voor het eerst mee in aanraking komen, worden ze kort ziek. Het ebolavirus huist in Congo, waar sinds 1976 regelmatig vrij kleine uitbraken zijn geweest. Er is ook een ambulancedienst die per motor patiënten kan ophalen. De patiënten wonen rond het stadje Bikoro in het westen van Congo. Vleermuizen blijven de hoofdverdachten.” Het vaccin is bestemd voor medisch personeel en de opgespoorde contacten van patiënten.