Economie

Uw bezorger is onderweg

Ze verdienen weinig, één tot anderhalve euro, per adres. Voor de urgentie, zodat het niet lijkt alsof er een colporteur aan de deur staat. „Ik houd er niet van als er mensen achter me moeten wachten.”
Toen hij twee jaar geleden zijn kantoorbaan verloor, bleek een baan op het oude niveau niet te vinden. „Ik weet wie oud, ziek of gehandicapt is, waar ik even moet wachten of de spullen niet in de gang maar in de kast moet zetten. De laatste schakel in de keten is het leger aan pakketbezorgers, zoals Ron. „Soms hebben ze te veel haast”, vindt Ron. Eten doet hij meestal achter het stuur, bij het stoplicht. Maar ik weet ook waar ik zacht op het raam moet tikken omdat er een baby ligt te slapen.”
We filosoferen wat bij het benzinestation. Dat winkelen door de interneteconomie afstandelijk wordt, en dat de bezorger het gezicht van veel winkels is geworden. „Dan vragen ze op één adres een pakje aan te nemen voor de buren, zonder dat ze op het andere adres aanbellen. Nederlanders besteden dit jaar meer dan 22 miljard euro op internet, ruim 10 procent meer dan in 2016. „Of je nou één envelopje aflevert of tien dozen, je krijgt hetzelfde bedrag.” De vuistregel is 20 adressen per uur, maar de werkdruk groeit. Als er ooit in Nederland een sociale dienstplicht ingesteld moet worden, dan zou het vak van bezorger daarvoor geknipt zijn, zegt Ron. Hij leerde nieuwe straten, mensen en culturen kennen en zag zijn eigen vooroordelen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Vanaf half zeven ’s ochtends vertrekken elke dag vanuit Utrecht tien shifts met twintig auto’s, per keer zo’n 40.000 tot 50.000 pakjes. Heel veel kleding, mode en accessoires en steeds meer basisbehoeften.”
Achter al die online aankopen gaat een indrukwekkende logistiek schuil. En zijn klanten. „Er zijn geen rustige periodes meer. We rijden een rondje Utrecht: achterin liggen tientallen pakketjes van Zalando, bol.com, Alibaba, Amazon, Zara, H&M en Coolblue die vandaag bezorgd moeten worden. „Niet mijn stijl”, zegt Ron. Een sport, bijna: „Ik raakte 15 kilo kwijt in de eerste drie maanden.”
Het leukste van zijn werk? Vandaag helpt Ron een collega die 230 ‘stops’ – adressen – had. Een niet-afgeleverd pakket levert niets op. Stap in, zegt Ron, en zwaait het portier van zijn witte Mercedes-bus open. Mensen bestellen alles via internet: grote tv’s, bedden, wc-papier, hondenvoer, huishoudelijke artikelen, zware magnetrons en barbecues. Ron is in dienst bij een klein transportbedrijf dat voor de post werkt. „Verreweg de meeste mensen vinden het leuk een pakje te krijgen. Dat scheelt tijd.”
Of ze laten de motor lopen of parkeren de bus midden op straat. „Utrecht heeft meer dan honderd nationaliteiten en ik kom bij iedereen over de vloer. Je bent een soort Sinterklaas.”
Een navigatiesysteem is niet nodig – hij kent de stad op zijn duimpje. Als vijftiger is hij een vreemde eend in de bijt; zijn collega’s zijn veel jonger en rennen zich de benen uit het lijf. Aan elk verhaal zit een andere kant, dat heb ik geleerd.” „Ik doe er 70, hij 160.” Op een normale dag moet hij 140 geslaagde stops maken. Ik bel altijd twee keer kort achter elkaar. Dan kom je in een zogenaamde probleemwijk en daar blijken gewoon hartstikke aardige en hulpvaardige mensen te wonen. „Op één adres bij een hogeschool of een bedrijf moet je soms wel tien dozen leveren en ben je zo een kwartiertje verder.” Vandaar dat zijn werkdagen vaak uitlopen en bezorgers het beloofde tijdvak niet altijd halen. Ron werpt een blik achterin zijn bus. Veel tastbaarder wordt de interneteconomie niet. Maar als je van aanpakken houdt en tevreden bent met minimumloon is het vak van bezorger prachtig.