Maatschappij

Perfecte boom

C.S. Terwijl er behoorlijk wat muziekensembles en pianisten zijn die zonder subsidie leven en rond weten te komen. Wie schetst zijn verbazing, toen de schilder in het hiernamaals zijn ogen opende, en de boom alsnog voor zich zag. Maar ook dat is onzeker. Neem nu de moderne wetenschapper. En doe ik bij het opstellen van die aanvraag concessies aan de valorisatie en maatschappelijke relevantie, of blijf ik zuiver op de graat? Maar ik weet nog steeds niet hoe ik ooit mijn boek afkrijg. En als je geen concessies doet, wat gebeurt er dan? Concessies, daar gaat het om. Of telt slechts de geleverde output in deliverables? Maar het is wel een kunst; dat tegemoetkomen aan eisen en wensen van anderen, van andere aard, zonder de kwaliteit uit het oog te verliezen, zonder überhaupt je eigen doel uit het oog te verliezen. Welke wetenschapper kan met droge ogen beweren dat hij precies het onderwerp onderzoekt dat hem ’s nachts nog steeds vol vuur achter zijn computer of in haar lab houdt? Een wetenschapper onder druk draait door, pleegt zelfplagiaat of erger. Statistieken van articles, papers, en peer-reviewed journals, H-indexen: dat telt. Een topwetenschapper kun je hoogstens vergelijken met een peloton wielrenners; die helpen elkaar en in elkaars zog houd je het vol; tot er op een gegeven moment één ontsnapt. Doen we mee aan die ratrace of gunnen we onszelf en onze medewerkers tijd van nadenken, van puzzelen, afbreken en opnieuw beginnen? Dat waren grote geesten, die nog grotere gedachten nalieten, maar zelf niets tot nauwelijks iets opschreven. En het scherpt de geest om je onderzoek te vertalen in maatschappelijke activiteiten, industriële uitvindingen of medische patenten. Volgens Jaspers beheersten vooral de denkers in de gordel van China, via India, tot Perzië (Zarathustra) en Griekenland die techniek. En ik ken – anders dan in de wereld van de musici en kunstenaars – weinig wetenschappers die het universitaire bedrijf uit eigen vrije wil de rug toekeren. Eén perfect blad heb ik. Het gaat niet om de eenzame sprinter die de laatste meters uit zijn eigen tenen trekt. Maar ik weet niet wanneer ik dat moet doen. En als ze iets zeiden of opschreven, blonken ze uit in de kunst van het weglaten. De laatste weken schrik ik voortdurend wakker van een groeiende frustratie over mijn boek dat maar niet afkomt. Besteed ik nu wat meer tijd aan mijn college en afstudeerstudenten, of bereid ik me voor op een aanvraag? Neem ik die extra scripties van mijn overspannen collega erbij, of ga ik voor de ERC grant? Maar dat Boek moet af! Ze zijn er uiteraard wel, maar dan willen ze vaak ook geen wetenschapper meer zijn, maar journalist, of vormgever, of consultant. En aan het einde van zijn leven had hij slechts één perfect blad geschilderd. Van ECTS en studie-uren? En vooral wat ik dan NIET moet doen. Dus: hoeveel concessies zijn we als wetenschapper bereid te doen? Een kunstenaar die op het scherpst van de snede moet opereren, die voortdurend onder de schaduw van het zwaard van Damocles werkt, levert kwaliteit van de hoogste plank. Volgt dan de Nobelprijs, of beland je in de goot? Die rekent, en wordt afgerekend, in meters gevulde papier. Concessies zijn de olie van het wetenschapsbedrijf. Er komen steeds weer zaken bij: een advies voor de gemeente, een student die nog zo graag wil afstuderen; kinderen die meer aandacht nodig hebben. Maar voortdurend namen andere beslommeringen hem in bezit. En je vrienden en familie zijn nodig om je te troosten als je wéér achter het net van die aanvraag grijpt. In de kunst is het misschien makkelijker. Toen Stalin stierf, zo wordt gezegd, werd de intensiteit van Sjostakovitsj’s werk minder. Toch denk ik: wetenschappers zijn geen 19e-eeuwse kunstenaars en sprookjes bestaan niet. Jaspers’ vatte hun nalatenschap samen onder het kopje ‘axiaal denken’. Een vriendin wier baby al bijna kan lopen – en ik heb nog steeds het rompertje liggen. Lewis schreef ooit een prachtige parabel over een schilder die zijn hele leven trachtte de perfecte boom te schilderen. Voor geesteswetenschappers is die Nobelprijs trouwens sowieso geen optie. Beatrice Graaf is hoogleraar Geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht En ik moet die archiefstapels nog doorploeteren. We zouden daar Lao Tse ook nog aan toe kunnen voegen. Soms denk ik dat wetenschap één lange worsteling is met een aaneenrijging van concessies. Het gaat me hier om het doen van concessies. Het zijn geen eenzame genieën die liever creperen dan in te leveren op hun genialiteit. Natuurlijk is wetenschap geen topsport. Dit debat wil ik hier nu niet herhalen. Hij was allang voltooid, en stond op hem te wachten. Karl Jaspers schreef ooit een boek, Die massgebende Menschen (1964), waarin hij portretten schetste van Jezus, Socrates, Boeddha en Confucius. Dus koester ze. Jonge collega’s, en ikzelf, wikken en wegen dagelijks. Dus vanzelfsprekend doe je die extra scriptie erbij. En wie vecht niet dagelijks met al die andere noden en zorgen, van beleidsmatige tot familiale, die de onderzoeker afhouden van zijn diepste wetenschappelijke hartstocht?